Bijna iedere taxateur overkomt het wel eens: het niet gegund worden van een taxatieopdracht.
oktober 6, 2017
Aflossingsvrije hypotheken
oktober 16, 2017

Regeerakkoord en de Wet Hillen

Naar aanleiding van een reactie op een artikel in het FD over her regeerakkoord en de Wet Hillen.

Huiseigenaren, die genieten van hypotheekrenteaftrek moeten het huurwaardeforfait optellen bij hun inkomen, dus huiseigenaren zonder hypotheekrenteaftrek ook. Een inhoudelijke wettiging voor de heffing ontbreekt echter en inhoudelijke gronden die worden aangevoerd, zijn ondeugdelijk, of hebben gevolgen die de overheid niet wil dragen.

1. Het huidige huurwaardeforfait voor huiseigenaren die hun hypotheekrente aftrekken, is door de overheid en politici gelegitimeerd als drempel, om te voorkomen dat huiseigenaren te veel zouden worden bevoordeeld t.o.v. andere belastingbetalers. Mensen moeten worden aangezet tot aflossen, in plaats van het maximaliseren van hun renteaftrek gedurende decennia. Met deze opvatting is schrappen van de Wet Hillen onverenigbaar. Huiseigenaren zonder hypotheek doen in hun aangifte geen beroep op aftrek. Zij kosten de schatkist niets, dus is een drempel niet nodig. Zij hebben netjes afgelost, zoals de overheid wilde, of hun woning uit eigen middelen bekostigd. Dat huiseigenaren met aflossingsvrije hypotheken nu weer worden ontmoedigd af te lossen, vergroot de verwachte problemen in het volgende decennium.

2. Een ander argument van de overheid is dat eigenaren van een eigen woning inkomen genieten uit huur en de economische waarde van die huur wordt forfaitair belast. De naam huurwaardeforfait suggereert dat.
Het bewijs dat dit inkomen wordt genoten hebben overheid en politiek nog nooit kunnen leveren. Het gegeven dat zij die imaginaire huurwaarde niet anders weten te berekenen en belasten dan forfaitair, is het beste tegenbewijs: dit inkomen bestaat niet in de werkelijke wereld. Het is namelijk een fiscale schijnconstructie van het type waarvoor de overheid een belastingadviseur aan de schandpaal zou nagelen, na hem eerst te hebben beboet. De overheid die ”inkomen” uit het bezit van de eigen woning belast, zou de onderhoudkosten om dat inkomen te verdienen aftrekbaar moeten maken. Omdat Rutte III huiseigenaren vóór 2030 vermoedelijk gaat opleggen de eigen woning duurzaam te maken en CO2-neutraal, moet dat leiden tot hoge vrijstellingen, maar mijn overtuiging is dat Financiën daar niet aan wil.

3. Een laatste argument lijkt dat de politiek en de schatkist willen profiteren van de ongerealiseerde waardestijging van de eigen woning. Het huurwaardeforfait is dan een vermogensaanwasbelasting. In dat geval dient de datum waarop de Wet Hillen wordt afgeschaft als start- en peildatum moeten worden genomen voor het te belasten vermogen. Men kan dan eigenaar ieder jaar een veronderstelde aanwas van de woningwaarde belasten, maar dan moeten waardedalingen ook worden gecompenseerd, want dat is de keerzijde van een vermogensaanwasbelasting. Prijsdaling en -stijging zijn marktmechanismen en moeten gelijk behandeld worden als positief, of negatief vermogenseffect.

Slotsom.

De onderhandelaars aan de onderhandelingstafel hebben gezocht naar een middel om eigen woningbezitters zonder hypotheek €500 tot al gauw €1.500 meer belasting per jaar te laten betalen, op een wijze die men niet op het loonstrookje ziet. De financieel minder onderlegden merken het pas op hun aangifteformulier. De paniek van ouderen die niet veel meer aan hun inkomen kunnen doen, zal voor de kinderen een teken aan de wand zijn en de herziening van het pensioenstelsel verder bemoeilijken. Niemand zal geloven dat politici het goed voor hebben met het pensioen, of de gepensioneerden.

Het lijkt er op dat de zucht naar ongelimiteerd binnenharken van geld door de overheid prioriteit heeft.

De eerste beleidsarme begroting voor Rutte III, die van 2018 ligt met €277 mrd €15 mrd hoger dan de begroting voor 2017 op €262 mrd. De belastinginkomsten worden nog hoger geschat: €285 mrd.
Rutte en de zijnen zijn geslaagd als verzwaarders van lasten – als hervormers zijn zij echter mislukt.

Toch wordt tot dit type onlegitimeerbare maatregelen, die de belastingmoraal en de vertegenwoordigers van de democratie de nek omdraaien, meteen al weer besloten.

Ik ben zeer benieuwd of onze volksvertegenwoordigers, die fiscaal onderlegd zijn, voldoende argumenten weten aan te dragen om het tij te doen keren.